Iedereen kent wel de racebaan met plastic auto’s en het “knijpertje” waarmee je je auto’s rond laat razen. Leuk voor kinderen, maar opvallend vaak ook erg populair onder volwassenen. Na eerst wat lacherige opmerkingen zoals “da’s toch voor kinderen?” zijn ze na een half uurtje niet meer weg te slaan bij de baan en staan de kids met een pruillip toe te kijken. Herkenbaar? Stel je nu eens voor dat dit speelgoed op “Toolman Tim” manier tot grotere hoogte wordt getild en dat je met je modelverzameling Camaro’s en Corvettes tegen elkaar kunt racen… Mij leek dat wel wat en na enkele maanden knutselen was mijn project in mei 2008 eindelijk klaar: een 26 meter lange driesporen racebaan genaamd Corvette Speedway.
In 2002 kwam er door omstandigheden een prachtige ruimte beschikbaar wat het begin zou zijn van mijn grootste hobby: Mario’s Game Room. Je kunt hier meer lezen over het ontstaan en hier over wat er zoal te vinden is in deze game room.
De racebaan bestaat uit een tafel van ongeveer 6 x 2,5 meter welke is opgebouwd uit zes MDF platen van 12mm dik die op een frame van houten balken zijn bevestigd. De platen zijn gezaagd op contouren van de baan en daar waar de baan verhoogd wordt is multiplex gebruikt als basis op het frame. Met een bovenfrees en flexibele kunststof profielen als geleiding heb ik de drie sporen gefreesd en heb daarbij elke bocht een eigen straal gegeven om zoveel mogelijk variatie te krijgen. Dit is het grootste voordeel van een houten baan ten opzichte van de plastic baanstukken, waar je beperkt bent door de standaardbochten die er zijn. Ook zijn er op enkele plekken sporen vlak bij elkaar gefreesd, zodat je elkaar letterlijk in de wielen kunt rijden.













Hierna is de baan zwart geverfd met schoolbordverf, dat door het matte oppervlak de perfecte grip geeft. De stroomgeleiding vindt plaats door middel van kopertape dat gebruikt wordt bij het hobbymatig maken van glas in lood en deze wordt ongeveer elke vier meter naar de onderkant van de tafel geleid en aangesloten op een ringleiding van dikke kopertape. Dit verzekert een optimale stroomgeleiding en bij een beschadiging in de folie blijft stroomgeleiding intact en hoeft bij reparatie maar een klein stuk te worden vervangen. Een zware regelbare voeding zorgt voor stroom op de baan die voor de standaard schaal 1/32 auto’s op 12 volt staat en voor de grotere 1/24 auto’s naar 18 volt kan.



Nadat de kopertape volledig was gelegd was het tijd voor een eerste proefrit. Dat reed geweldig! Alle sporen werkten perfect en de grip werd steeds beter na vele rondjes. Alles ging prima… tot ik een tweede auto op de baan zette. Soms reed de auto op baan 2 achteruit als ik met baan 1 gas gaf en er waren meer van dat soort vreemde taferelen. Na de bedrading meerdere keren volledig te hebben gecontroleerd kwam ik tot de conclusie dat daar geen fouten zaten. De verf had ik ook vooraf gecontroleerd op geleiding, dus daar kon het ook niet zitten. Of toch wel?




Mijn proefstuk had ik met Flexa schoolbordverf geverfd en die had inderdaad geen electrische geleiding. Voor mijn grote baan had ik nieuwe verf nodig en kocht ik wederom Flexa schoolbordverf. De verpakking was inmiddels iets aangepast… en blijkbaar ook de samenstelling! De nieuwe verf geleidde wel en dat zorgde voor stroomoverdracht tussen de 3 banen. Na een week vloeken en mezelf gereed maken om alle kopertape eraf te trekken en alles opnieuw te verven schoot me een noodoplossing te binnen die me waarschijnlijk tijd en geld zou besparen: ik maakte een stroomonderbreking door over de volledige lengte van de baan de verf een halve centimeter weg te halen. Dit deed ik met een Dremel en een schuurkop en dit kostte me relatief weinig tijd. Met de multimeter op de baan haalde ik de laatste centimeters weg en tot mijn vreugde bevestigde de multimeter dat er geen stroomgeleiding meer was. Met andere verf (die ik vooraf testte!) de strepen overgeverfd en we waren weer op de goede weg.
Het “gas geven” gaat met Parma en Professor Motor regelaars die via een XLR stekker (bekend van audio aansluitingen) op de baan kunnen worden aangesloten. Hierdoor kan de serieuze racer zijn eigen regelaar met regelbare remwerking aansluiten.

Tijdmeting gaat middels optische sensoren op de start/finish (vierkante blokjes in de baan) en wordt bijgehouden door een oude 80486 PC die op MS-DOS draait en op duizendsten van seconden de rondetijden bijhoudt en opslaat. De “Slot Race Manager” software hiervoor heb ik lang geleden geschreven in Quickbasic en Foxpro en bevat alle auto’s in de collectie en alle coureurs die op de baan racen, inclusief hun beste prestaties. Ook maakt deze software het mogelijk om een kampioenschap op te zetten met meerdere deelnemers of om gewoon lekker een race te rijden. Een door de computer aangestuurd zwaailicht geeft start en einde van een race aan.





In vergelijking met een plastic racebaan rijdt zo’n houten baan heerlijk. Er zijn geen lasnaden of hobbels of slechte verbindingen tussen baanstukken en werkelijk elke bocht is anders, omdat je niet afhankelijk bent van de standaard bochtstukken. Ook kun je tijdens het verloop van een bocht geleidelijke veranderingen in straal aanbrengen, wat het allemaal veel realistischer maakt. Het grootste voordeel vind ik echter het afwezig zijn van magnetische aantrekking. De meeste slotrace auto’s hebben een magneet waarmee ze worden aangetrokken naar de ijzeren geleiders, maar omdat ik kopertape gebruik is “nep-downforce” niet aanwezig, wat ook meer realisme geeft en meer rijvaardigheid vraagt van de coureur.
De auto’s





Zoals bij treinen en statische modelauto’s bestaan er op de racebaan verschillende schalen. De meest populaire zijn 1/64 welke in Amerika veel voorkomt en 1/32 die in Europa meer wordt gebruikt en er is nog een grotere 1/24 schaal, die gedetailleerder is, maar lastiger rijdt. Detaillering is bij veel hobbyisten van belang en normaal gesproken zul je bij hen niet de in de speelgoedwinkel verkrijgbare auto’s vinden, of het moet zijn om de kinderen bezig te houden die vaak door deze hobby worden aangetrokken. Je wilt immers niet je auto van €80,- binnen vijf minuten in schroot zien veranderen. Ik heb meestal een stuk of twintig zogenaamde “raggers” op de baan staan, spul dat ik voor weinig op Marktplaats heb gekocht en waar alle spiegels en spoilers al af liggen, de mooie exemplaren staan achter slot en grendel in een vitrinekast. Naast de verzamelaars die af en toe een potje racen bestaat ook nog een klein gezelschap die echt fanatiek competitie rijdt. Zij hebben vaak speciaal geprepareerde auto’s die bestaan uit een verstelbaar metalen frame met daarop een simpele kap, vergelijkbaar met Nascar racing. Hier is detaillering weer ondergeschikt.

Bij mijn collectie slotracers ligt de nadruk op Amerikaanse klassiekers en Corvettes in het bijzonder.






